- elle driver Offline
Onwennige bedgenoten
Bericht door elle driver »De muren tussen culturele instanties en het bedrijfsleven brokkelen langzaam maar zeker af. Pioniers weten elkaar al te vinden. De aanstaande beleidsnota van de ministeries van OCW en EZ moet voor een stroomversnelling zorgen.
Eigenlijk zat hij helemaal niet te wachten op een over zijn schouder meekijkende manager. Wim Pijbes, directeur van de Kunsthal, staat niet voor niets bekend als 'Rotterdamse koning van het opportunity-denken'. Hij kan het wel alleen af. Toch stemde hij toe toen hem werd voorgesteld eens van gedachten te wisselen met iemand uit het bedrijfsleven. 'Maar het moest wel iemand van Unilever zijn', was zijn voorwaarde. 'Dat zijn over het algemeen jonge mensen met een goede kijk op de wereld. En ze zitten in Rotterdam.'
Meteen bij de eerste ontmoeting met Mathilde Martens, marketing manager van Unilever Best Foods, klikte het. Martens had net twee jaar lang de Becel-account onder zich gehad en uitgebreid onderzoek gedaan naar de vijftigplus-markt. Dat is precies het segment waar de meeste museumbezoekers in zitten. Pijbes: 'Iedereen richt zich al op jongeren en allochtonen en dat zijn moeilijke groepen om te bereiken. Dan is het beter om een toch al grote doelgroep met een kleine hefboom te vergroten.'
Die hefboom werd het Kunsthal Plus-programma, vernoemd naar de cholesterol verlagende Becel Plus-lijn die later als Pro-Active in de markt is gezet. Er worden speciale rondleidingen door de Kunsthal georganiseerd en concerten op zondagmiddag. Op zaterdagochtend gaat het museumcafé speciaal een uur eerder voor hen open voor een ontbijtarrangement en op maandagmiddag - als de Kunsthal normaliter gesloten is - zijn er exclusieve lezingen. Het is een langdurig, structureel programma en het is succesvol. 'Het is moeilijk te becijferen', stelt Pijbes. 'Maar we trekken misschien wel tienduizend extra bezoekers per jaar.'
En er is een multiplyer-effect. Het nadenken over de seniorenmarkt bracht Pijbes op het idee een Kunsthal beleggingsfonds op te zetten, waar particulieren voor tien- tot vijfentwintigduizend euro in kunnen participeren. Het fonds moet voor het eind van dit jaar operationeel zijn en garandeert de Kunsthal een werkkapitaal waarmee grotere, dure tentoonstellingen kunnen worden neergezet. Onder de honderden enthousiaste aanmeldingen die Pijbes al binnenkreeg zaten opvallend veel deelnemers aan het Kunsthal Plus-programma.
De winst voor de culturele partij is dus duidelijk. Maar welke baat hadden Martens, die haar kennis over de ouderenmarkt deelde, en haar werkgever Unilever bij deze samenwerking? 'Unilever wil graag een maatschappelijke rol spelen', stelt Martens. 'We doen dat door hardcore sponsoring, zoals volgend jaar bij het Rembrandthuis. Maar het bedrijf leent ook managers van verschillende niveau's uit aan charitatieve en kunstinstellingen. Het idee is dat de managers door een ander type ervaring zich verbreden. En op de lange termijn profiteert Unilever daar weer van.'
Martens werkte ongeveer zeven weken aan het project en was er gemiddeld twee uur per week aan kwijt. De helft van die tijd kwam voor rekening van Unilever, de andere helft voor haarzelf. Maar dat was het meer dan waard, vindt ze. 'Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in beeldende kunst. Daarbij komt dat ik als marketeer voor Becel maar op beperkte manier gebruik kon maken van mijn kennis. Hier kon ik andere kansen grijpen. Dat werkt bijzonder inspirerend en maakt veel energie los. Ik denk dat mijn marketingskills in het algemeen gegroeid zijn.'
Eigenlijk zat hij helemaal niet te wachten op een over zijn schouder meekijkende manager. Wim Pijbes, directeur van de Kunsthal, staat niet voor niets bekend als 'Rotterdamse koning van het opportunity-denken'. Hij kan het wel alleen af. Toch stemde hij toe toen hem werd voorgesteld eens van gedachten te wisselen met iemand uit het bedrijfsleven. 'Maar het moest wel iemand van Unilever zijn', was zijn voorwaarde. 'Dat zijn over het algemeen jonge mensen met een goede kijk op de wereld. En ze zitten in Rotterdam.'
Meteen bij de eerste ontmoeting met Mathilde Martens, marketing manager van Unilever Best Foods, klikte het. Martens had net twee jaar lang de Becel-account onder zich gehad en uitgebreid onderzoek gedaan naar de vijftigplus-markt. Dat is precies het segment waar de meeste museumbezoekers in zitten. Pijbes: 'Iedereen richt zich al op jongeren en allochtonen en dat zijn moeilijke groepen om te bereiken. Dan is het beter om een toch al grote doelgroep met een kleine hefboom te vergroten.'
Die hefboom werd het Kunsthal Plus-programma, vernoemd naar de cholesterol verlagende Becel Plus-lijn die later als Pro-Active in de markt is gezet. Er worden speciale rondleidingen door de Kunsthal georganiseerd en concerten op zondagmiddag. Op zaterdagochtend gaat het museumcafé speciaal een uur eerder voor hen open voor een ontbijtarrangement en op maandagmiddag - als de Kunsthal normaliter gesloten is - zijn er exclusieve lezingen. Het is een langdurig, structureel programma en het is succesvol. 'Het is moeilijk te becijferen', stelt Pijbes. 'Maar we trekken misschien wel tienduizend extra bezoekers per jaar.'
En er is een multiplyer-effect. Het nadenken over de seniorenmarkt bracht Pijbes op het idee een Kunsthal beleggingsfonds op te zetten, waar particulieren voor tien- tot vijfentwintigduizend euro in kunnen participeren. Het fonds moet voor het eind van dit jaar operationeel zijn en garandeert de Kunsthal een werkkapitaal waarmee grotere, dure tentoonstellingen kunnen worden neergezet. Onder de honderden enthousiaste aanmeldingen die Pijbes al binnenkreeg zaten opvallend veel deelnemers aan het Kunsthal Plus-programma.
De winst voor de culturele partij is dus duidelijk. Maar welke baat hadden Martens, die haar kennis over de ouderenmarkt deelde, en haar werkgever Unilever bij deze samenwerking? 'Unilever wil graag een maatschappelijke rol spelen', stelt Martens. 'We doen dat door hardcore sponsoring, zoals volgend jaar bij het Rembrandthuis. Maar het bedrijf leent ook managers van verschillende niveau's uit aan charitatieve en kunstinstellingen. Het idee is dat de managers door een ander type ervaring zich verbreden. En op de lange termijn profiteert Unilever daar weer van.'
Martens werkte ongeveer zeven weken aan het project en was er gemiddeld twee uur per week aan kwijt. De helft van die tijd kwam voor rekening van Unilever, de andere helft voor haarzelf. Maar dat was het meer dan waard, vindt ze. 'Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in beeldende kunst. Daarbij komt dat ik als marketeer voor Becel maar op beperkte manier gebruik kon maken van mijn kennis. Hier kon ik andere kansen grijpen. Dat werkt bijzonder inspirerend en maakt veel energie los. Ik denk dat mijn marketingskills in het algemeen gegroeid zijn.'