- philip silbernberg Offline
- Berichten: 304
- Lid geworden op: 01 sep 2008, 21:06
De crisis in de hedendaagse Vincent-expertise
Bericht door philip silbernberg »De crisis in de hedendaagse Vincent van Gogh-expertise:
Zoals in de bankwereld , in de politiek en dus ook in de cultuur bestaat een diepe crisis in de hedendaagse wereld.
De burger ervaart zich als een speelbal van authoritaire overheden, die zonder voldoende controle vanuit de basis, over zijn wel en wee delibereren.
Zoals bij de bankwereld alles nu duidelijk wordt en boeven door de mand vallen, oplichters in de gevangenis komen en zakkenvullers zich over de ruggen van hardwerkende mensen verrijken is het in de wereld van de kunst en cultuur veel moeilijker om deze fenomenen te observeren.
Alleen de slachtoffers van het verdoorgevoerde systeem van gemonopoliseerde expertise door het Van Gogh Museum en de voorloper, het zg. Expertise Instituut,voelen aan den lijve dat ze belazerd worden door de fijne heertjes .
De eerste id eduidelijk van zich afbeet en die er enkele publikaties aan heeft gewijd was de nu zeer oude Bouwe Jans, die met zijn boek "Artquakes" en een wat dunner vervolg de aandacht vestigde op de onfatsoenlijke en ondeugdelijke expertisecapaciteit van de conservatoren van het Van Gogh museum.
De felle kritiek van Benoit Landais en andere Vincent-experts van buiten het VGM kwam daar nog bij, zoals de strijd om de echtheid van de Japanse "Zonnebloemen" tussen het VGM en Benoit Landais uit het begin van deze eeuw.
Vervolgens kwam het Museum van Breda eind 2003 tot voorjaar 2004 met een totaal onafhankelijk onderzoek en een expositie, waarbij zeer veel werken werden getoond, die mogelijk van de hand van Vincent waren. Dit werd de heren onderzoekers van het Breda Museum helaas niet in dank afgenomen:
Zo heeft Dr.Kees Wouters door objektief- wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat de z.g. Marijnissen-collectie , een groot aantal werken ,zowel geschilderd, geaquarelleerd als getekend, uiteindelijk teruggaat naar Barend Den Houter Sr., de huiseigenaar van het perceel dat werd gehuurd door de moeder van Vincent van Gogh in Leiden.
Zoals Vincent zijn huur en doktersrekeningen graag met zijn kunst betaalde, was dit ongetwijfeld ook het geval met moeder Van Gogh!
De onderzoekers van het Breda Museum kwamen met een sensationele ontdekking, nl het werk Huizen in Den Haag, waarbij mede in samenwerking met de grote Vincent-expert Benoit Landais ,werd vastgesteld dat dit kleine en authentiek Vincent gesigneerde werkje wel van Vincent moest zijn en wel duidelijk uit de Haagse periode van Vincent, aangezien op de achterkant een onaffe studie van een naaiend of breiend vrouwelijk figuurtje werd ontdekt, geheel zoals Vincent dat pleegde te realiseren in die tijd, 1883 in den Haag.
Dit was enorm bedreigend voor het Van Gogh Museum, want de acceptatie van dit werk als authentiek, zou betekenen het Van Gogh Museum de Marijnissen-collectie au serieux zou moeten nemen,
want uit die verzameling kwam het kleine schilderijtje.Dit zou weer betekenen dat veel meer werk zou moeten worden geauthentificeerd en daar hebben de navelstaarders van de eigen collectie nou net geen zin in of ze worden onder druk van de "stichting Van Gogh Museum" weerhouden
hier aandacht aan te besteden, overigens een bestuur dat nog steeds wordt bemand door familie van de broer van Vincent, Theo.
Zoals met mijn twee authentieke werken van Vincent wordt ook het authentieke werk de Spitters van Bouwe Jans, hetgeen direct teruggaat naar Vincent via de oorspronkelijke vindplaats de Villa Wilhelmina II, door het Van Gogh Museum genegeerd, zoals ook het werk Huizen in den Haag, ontdekt door het Museum van Breda.
Omdat uit de Haagse periode van Vincent erg weinig werk is overgeleverd, een twintigtal en men zich moet realiseren, dat hij in Den Haag V twee zomers, zowel in 1882 als in 1883, olieverfschilderijen heeft geproduceerd (volgens zijn eigen woorden minstens 70), is het natuurlijk
fnuikend voor een adequate kennis van het werk van Vincent van Gogh in Dan Haag, wanneer men zo te werk gaat.
Laat ik mij wat duidelijker uitdrukken hierover.
Bij nauwlettende lezing van de brieven van Vincent blijkt dat men stilistisch en schildertechnisch twee duidelijk verschillende fasen in de Haagse periode van Vincent kan aanbrengen. Dit wordt duidelijk door een brief uit den Haag uit de zomer van 1883, waarin hij expliciteert dat hij itt. het jaar ervoor nu helemaal geen problemen meer heeft met de momenten dat hij de onderschildering "kwijt is".
Ook meldt de meester dat hij itt. het jaar ervoor op het allerlaatste moment, dus praktisch bij het beeindigen van het werk , nog laatste toetesen toevoegt!
Wij mogen hieruit concluderen dat de olieverfschilderijen van Vincent van Gogh in de zomer 1883 nog statisch waren en geheel in de lijn van een beginnend schilder.
Echter in de zomer van 1883 wordt het werk duidelijk dynamischer door het hier boven geschetste feit dat Vincent als schilder reeds behoorlijke vorderingen had geboekt en dat hij zich had bevrijd van het noodzakelijk slaafs volgen van de lijnen van de onderzschildering.
Dit procede kan men uitstekend observeren in de werken Huizen in Den Haag en De Aarenleester, die stilistisch in die bewuste zomer van 1883 moeten worden geplaatst, angezien duidelijk de laatste dynamiserende toetsen zichtbaar zijn. Het zijn als het waren op spatten verf lijkende toevoegingen, die uiterst artistiek en virtuoos owrden gehanterd door de meester itt. tot het nog steeds statische en levenloze karakter van het geschilderde werk van Vincent uit de zomer van 1882.
deze werkwijze wordt ook duidelijk bij de analyse en de beoordeling van De Aarenraapster.
Bij labaratorium-tecnisch onderzoek van Dr.Erhard
Jaegers, pigmentdeskundige uit Bornheim bij Keulen,bleek dat het pigment van de signatuur Vincent exact overeenkwam met het pigment van de laatste toetsen, die de meester aanbracht in het werk, nl de kleine figuur van een andere aarenraper op de achtergrond en andere laatst aangebrachte toetsen.
Ook in de Huizen in Den Haag zijn deze laatste toetsen duidelijk observeerbaar.
Ook geeft Vincent iets prijs van het geheim van zijn werkwijze, wanneer hij zegt in de zomer van 1883 dat hij schildert,waarbij hij als het ware door zijn wimpers heenkijkt met enigszins dichtgeknepen ogen ! Dit is een verklaring voor de merkwaardige hoekigheid van de ogen van de Aarenraapster, want wanneer men zo schildert wordt de realiteit anders , meer als vlakken .
Dit kan men ook nog in het voorjaar van 1884 observeren bij een gezicht van een door de meester in Nuenen geschilderde wever.
Wij denken dan ook dat het Van Gogh Museum de boot mist en de Haagse periode van Vincent, zeer belangrijk voor een goed begrip van het werk van de meester in zijn totaliteit, schromelijk verwaarloosd, mede door het feit dat er weinig of geen werk in dat museum is uit die periode.
A votre service,
Drs.Ph.M.Silbernberg,beedigd taxateur schilderijen 17e t/m 20e eeuw.
Zoals in de bankwereld , in de politiek en dus ook in de cultuur bestaat een diepe crisis in de hedendaagse wereld.
De burger ervaart zich als een speelbal van authoritaire overheden, die zonder voldoende controle vanuit de basis, over zijn wel en wee delibereren.
Zoals bij de bankwereld alles nu duidelijk wordt en boeven door de mand vallen, oplichters in de gevangenis komen en zakkenvullers zich over de ruggen van hardwerkende mensen verrijken is het in de wereld van de kunst en cultuur veel moeilijker om deze fenomenen te observeren.
Alleen de slachtoffers van het verdoorgevoerde systeem van gemonopoliseerde expertise door het Van Gogh Museum en de voorloper, het zg. Expertise Instituut,voelen aan den lijve dat ze belazerd worden door de fijne heertjes .
De eerste id eduidelijk van zich afbeet en die er enkele publikaties aan heeft gewijd was de nu zeer oude Bouwe Jans, die met zijn boek "Artquakes" en een wat dunner vervolg de aandacht vestigde op de onfatsoenlijke en ondeugdelijke expertisecapaciteit van de conservatoren van het Van Gogh museum.
De felle kritiek van Benoit Landais en andere Vincent-experts van buiten het VGM kwam daar nog bij, zoals de strijd om de echtheid van de Japanse "Zonnebloemen" tussen het VGM en Benoit Landais uit het begin van deze eeuw.
Vervolgens kwam het Museum van Breda eind 2003 tot voorjaar 2004 met een totaal onafhankelijk onderzoek en een expositie, waarbij zeer veel werken werden getoond, die mogelijk van de hand van Vincent waren. Dit werd de heren onderzoekers van het Breda Museum helaas niet in dank afgenomen:
Zo heeft Dr.Kees Wouters door objektief- wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat de z.g. Marijnissen-collectie , een groot aantal werken ,zowel geschilderd, geaquarelleerd als getekend, uiteindelijk teruggaat naar Barend Den Houter Sr., de huiseigenaar van het perceel dat werd gehuurd door de moeder van Vincent van Gogh in Leiden.
Zoals Vincent zijn huur en doktersrekeningen graag met zijn kunst betaalde, was dit ongetwijfeld ook het geval met moeder Van Gogh!
De onderzoekers van het Breda Museum kwamen met een sensationele ontdekking, nl het werk Huizen in Den Haag, waarbij mede in samenwerking met de grote Vincent-expert Benoit Landais ,werd vastgesteld dat dit kleine en authentiek Vincent gesigneerde werkje wel van Vincent moest zijn en wel duidelijk uit de Haagse periode van Vincent, aangezien op de achterkant een onaffe studie van een naaiend of breiend vrouwelijk figuurtje werd ontdekt, geheel zoals Vincent dat pleegde te realiseren in die tijd, 1883 in den Haag.
Dit was enorm bedreigend voor het Van Gogh Museum, want de acceptatie van dit werk als authentiek, zou betekenen het Van Gogh Museum de Marijnissen-collectie au serieux zou moeten nemen,
want uit die verzameling kwam het kleine schilderijtje.Dit zou weer betekenen dat veel meer werk zou moeten worden geauthentificeerd en daar hebben de navelstaarders van de eigen collectie nou net geen zin in of ze worden onder druk van de "stichting Van Gogh Museum" weerhouden
hier aandacht aan te besteden, overigens een bestuur dat nog steeds wordt bemand door familie van de broer van Vincent, Theo.
Zoals met mijn twee authentieke werken van Vincent wordt ook het authentieke werk de Spitters van Bouwe Jans, hetgeen direct teruggaat naar Vincent via de oorspronkelijke vindplaats de Villa Wilhelmina II, door het Van Gogh Museum genegeerd, zoals ook het werk Huizen in den Haag, ontdekt door het Museum van Breda.
Omdat uit de Haagse periode van Vincent erg weinig werk is overgeleverd, een twintigtal en men zich moet realiseren, dat hij in Den Haag V twee zomers, zowel in 1882 als in 1883, olieverfschilderijen heeft geproduceerd (volgens zijn eigen woorden minstens 70), is het natuurlijk
fnuikend voor een adequate kennis van het werk van Vincent van Gogh in Dan Haag, wanneer men zo te werk gaat.
Laat ik mij wat duidelijker uitdrukken hierover.
Bij nauwlettende lezing van de brieven van Vincent blijkt dat men stilistisch en schildertechnisch twee duidelijk verschillende fasen in de Haagse periode van Vincent kan aanbrengen. Dit wordt duidelijk door een brief uit den Haag uit de zomer van 1883, waarin hij expliciteert dat hij itt. het jaar ervoor nu helemaal geen problemen meer heeft met de momenten dat hij de onderschildering "kwijt is".
Ook meldt de meester dat hij itt. het jaar ervoor op het allerlaatste moment, dus praktisch bij het beeindigen van het werk , nog laatste toetesen toevoegt!
Wij mogen hieruit concluderen dat de olieverfschilderijen van Vincent van Gogh in de zomer 1883 nog statisch waren en geheel in de lijn van een beginnend schilder.
Echter in de zomer van 1883 wordt het werk duidelijk dynamischer door het hier boven geschetste feit dat Vincent als schilder reeds behoorlijke vorderingen had geboekt en dat hij zich had bevrijd van het noodzakelijk slaafs volgen van de lijnen van de onderzschildering.
Dit procede kan men uitstekend observeren in de werken Huizen in Den Haag en De Aarenleester, die stilistisch in die bewuste zomer van 1883 moeten worden geplaatst, angezien duidelijk de laatste dynamiserende toetsen zichtbaar zijn. Het zijn als het waren op spatten verf lijkende toevoegingen, die uiterst artistiek en virtuoos owrden gehanterd door de meester itt. tot het nog steeds statische en levenloze karakter van het geschilderde werk van Vincent uit de zomer van 1882.
deze werkwijze wordt ook duidelijk bij de analyse en de beoordeling van De Aarenraapster.
Bij labaratorium-tecnisch onderzoek van Dr.Erhard
Jaegers, pigmentdeskundige uit Bornheim bij Keulen,bleek dat het pigment van de signatuur Vincent exact overeenkwam met het pigment van de laatste toetsen, die de meester aanbracht in het werk, nl de kleine figuur van een andere aarenraper op de achtergrond en andere laatst aangebrachte toetsen.
Ook in de Huizen in Den Haag zijn deze laatste toetsen duidelijk observeerbaar.
Ook geeft Vincent iets prijs van het geheim van zijn werkwijze, wanneer hij zegt in de zomer van 1883 dat hij schildert,waarbij hij als het ware door zijn wimpers heenkijkt met enigszins dichtgeknepen ogen ! Dit is een verklaring voor de merkwaardige hoekigheid van de ogen van de Aarenraapster, want wanneer men zo schildert wordt de realiteit anders , meer als vlakken .
Dit kan men ook nog in het voorjaar van 1884 observeren bij een gezicht van een door de meester in Nuenen geschilderde wever.
Wij denken dan ook dat het Van Gogh Museum de boot mist en de Haagse periode van Vincent, zeer belangrijk voor een goed begrip van het werk van de meester in zijn totaliteit, schromelijk verwaarloosd, mede door het feit dat er weinig of geen werk in dat museum is uit die periode.
A votre service,
Drs.Ph.M.Silbernberg,beedigd taxateur schilderijen 17e t/m 20e eeuw.